Heel veel ‘sociaal onrecht’ is gesubsidieerd verzinsel

‘If you’re a hammer, all you see is nails’. Fijn dat het Engels er een mooi gezegde voor heeft. Sommige mensen zien achter elke boom een racist of een homohater. Als dat je primaire bezigheid is, op de uitkijk staan voor sociaal onrecht, dan is dat je goed recht. Krijgen de mensen die zichzelf de bestrijders van het sociale onrecht noemen meer geld, dan roepen ze ook vaker dat ze iets opmerken. Dat betekent niet dat een bepaalde misstand ook daadwerkelijk vaker voorkomt. Belangenclubs, zoals het COC, hebben er een financieel belang bij om problemen uit te vergroten en dat doen ze vervolgens ook. Sinds Sigrid Kaag op het departement Buitenlandse Zaken zit, krijgen de belangenclubs veel meer subsidie van dat ministerie. En, het zal niemand verbazen, sindsdien wordt er ook steeds meer sociaal onrecht opgemerkt. Vervolgens moeten de politici die hun bestaan danken aan de mythe dat ze het verzonnen onrecht bestrijden, het probleem ook opblazen. De subsidie op boosheid moet op de een of andere manier moreel gerechtvaardigd kunnen worden. In dat kader heb ik eerder Rob Jetten aangehaald, die naar een transgender luisterde die klaagde over de beperkte zorgcapaciteit. Niet wetende dat er een camera stond de draaien maakte hij ervan dat transgenders, net als moslims, moet vechten om te overleven. Jetten verzon ook ‘het Marokkaanse meisje’ dat hem zo inspireerde: eerst kijken, dan oordelen.

Is dat erg, dat zo’n Jetten dat doet? Ja, natuurlijk. Ten eerste haalt het liegen de aandacht weg bij het echte probleem. D66 zette de handtekening onder een regeerakkoord dat de zorg ernstig trof met bezuinigingen. Als de fractievoorzitter daarop wordt aangesproken, dan is het ‘vechten voor rechten van meisjes met hoofddoekjes en transgenders’ een prachtige bliksemafleider en zo wordt het echte probleem nooit geadresseerd. Uit dit gedrag spreekt ook een stuitend gebrek aan gevoel voor de problemen van de genoemde doelgroep, de prioriteit wordt slechts bij het vergroten van de knuffelbaarheid van de politicus gelegd. Vervolgens heeft het verzonnen wangedrag een gefabriceerde dader nodig. Als een politicus sociaal onrecht verzint en clubs subsidieert die de valse boodschap verder verspreiden, dan wordt er impliciet ook een schuldige aangewezen. In het huidige tijdsgewricht is dat de ‘witte heteroman’. Dat is een verzonnen maatschappelijke categorie, waar vervolgens niet bestaande eigenschappen aan worden toegeschreven. Als de transgender uit het filmpje van Jetten nadrukkelijk zegt dat Nederland een accepterend land is, dan zorgt een verdraaiing van die woorden dat ‘witte heteromannen’ hier vals worden beschuldigd. Dat is niets anders dan ophitsen. En als dat in een afkeer van het onderwerp van gesprek ontaardt (in deze de transgender), dan is het resultaat van deze volksmennerij dat ‘witte heteromannen’ tegen de transgenders zijn opgezet. Dat is niet in het voordeel van die laatste groep, maar die vroeg hier ook helemaal niet om. Precies daarin schuilt het gevaar van het onvrijwillige bondgenootschap. De gesubsidieerde belangenclub en de fantasierijke politicus zijn nooit door de transgenders zelf aangesteld om te doen wat ze doen. Ze scheppen hun eigen noodzaak.

Neem de jaarrekening van het COC. Daaruit blijkt dat de club zelf denkt dat via de collectebus een bedrag van 92 duizend euro wordt opgehaald: chapeau, koninkies. Dat is alleen niet eens genoeg om het salaris van de directeur te betalen, of de huur van het pand op een toplocatie op de Nieuwe Herengracht. Bovenop de giften komt er voor 10 miljoen aan subsidie van binnen-en buitenlandse overheden binnen.


Voor een maatschappelijke organisatie levert dat overigens ook een aanzienlijk risico op. De subsidieverstrekker eist dat het COC al het ontvangen geld meteen opmaakt, het mag niet worden aangewend voor het vormen van reserves of voorzieningen. Omdat er op elke euro uit de collectebus er honderd bij worden gestort door overheden, met name het ministerie van Kaag, moet de continuïteitsreserve worden opgebouwd uit slechts een procent van de baten. Omdat er een compleet concern is opgebouwd rondom het tonnetje aan giften van mensen, is de kans groot dat een tegenvaller resulteert in een verlies dat niet opgevangen kan worden met het geld in de collectebus. In 2019 was het verlies bijvoorbeeld 180 procent van de baten van particulieren. In de begroting voor 2020 wordt daarover gezegd:

‘De continuering van programma’s en activiteiten heeft geleid tot een groei van de organisatie en daardoor ook een groei van de lasten, o.a. het ziekteverzuim en dure vervanging zet zich ook in 2020 voort. Hierdoor zal 2020 in het teken staan van het stroomlijnen van baten en lasten over een langere periode. Eventueel afhankelijk van (potentiele) subsidieaanvragen worden maatregelen om het verlies terug te dringen in 2020 geïmplementeerd. In toenemende mate zal een beroep worden gedaan op de achterban, de LHBTI gemeenschap en dus het verder professionaliseren van de mobiliteitsstrategie.’

Een sympathieke club wordt overstelpt met geld en verandert in een verlieslatend concern, waardoor de doelgroep gevraagd gaat worden om kosten van mismanagement te dekken. Dat is iets anders dan het dienen van de belangen van die doelgroep. Geld verziekt hier slechts de boel, er zou eigenlijk een wet moeten zijn die bepaalt dat subsidies van de overheid slechts een bepaald maximum mogen bedragen van de gebudgetteerde fondsenwerving. Een grensbedrag van 100% zou logisch zijn, dan is minstens de helft van de uitgaven van de belangenclub ook echt gefinancierd door de doelgroep zelf. Dan is het voor de buitenwereld helder van wie een bepaalde boodschap afkomstig is en is deze vervolgens ook geloofwaardig. Nu is de subsidie geen 100% maar 10679% van de begrote baten, een beetje een wanverhouding.


Ter vergelijking: die subsidie is sinds 2014 verdubbeld en het meeste geld komt bij Kaag vandaan.


Dat is ook te zien. D66 heeft altijd een punt gemaakt van het stoppen van het vermelden van het geslacht op de identiteitskaart. In 2020 stuurt D66-minister Ingrid van Engelshoven een brief naar de Kamer over dit besluit dat uiteindelijk ook is genomen.


Daaruit blijkt dat ze hierover met ‘belangenorganisaties’ heeft gesproken. Het COC heeft altijd duidelijk gecommuniceerd dat ze dit een belangrijk thema vinden. Uit een kleine steekproef van transgenders uit de omgeving blijkt dat dit een non-issue is. Een vrouw die in een mannenlichaam is geboren en na een lange transitie is wie ze wil zijn, vindt het juist prettig om de ‘v’ op het rijbewijs te zien schitteren. Het genderneutrale aspect, het juist willen wegpoetsen van die geslachten en het ontkennen dat ze bestaan, wordt bij ministeries aangereikt door belangenorganisaties die door diezelfde ministeries worden gefinancierd. Het geluid is niet afkomstig van mensen die ongevraagd worden vertegenwoordigd, maar van de ministeries die de miljoenen overboeken. De visie van ambtenaren die op deze ministeries werken wordt nu als morele norm opgelegd. Als ze miljoenen euro's meer overboeken naar een bepaalde organisatie is de roep daarvan ineens veel luider, wat niet betekent dat een bepaald maatschappelijk probleem ook daadwerkelijk escaleert. Natuurlijk is het belangrijk dat mensen in vrijheid kunnen leven en in alle veiligheid en geborgenheid zijn wie ze zijn. Als er op dat punt sprake is van een zorgwekkende trend, dan moet dat worden aangepakt en is het gerechtvaardigd dat belangenorganisaties luider de trom roeren. Dat ze dat in het tolerante en nog steeds open Nederland doen komt niet omdat er ook echt iets ergs gebeurt, maar omdat ze miljoenen extra van Kaag hebben gekregen.

Ik sprak er een uur over met Marijn Poels, hier te zien. Bij milieuclubs is het niet beter gesteld, daar ging zijn film dan ook over.

Wilt u deze journalistiek mogelijk maken? Kijk hier voor de mogelijkheden.