Inflatie is voorlopig niet weg (en dat heeft alles met de ECB te maken)

Poetin heeft het gedaan! Dat is makkelijk, maar het klopt niet (helemaal). Als je geld bijdrukt, wordt dat op een gegeven moment waardeloos. Dat is vrij eenvoudig te beredeneren.

De inflatie bedraagt nu tien procent en huizen worden per jaar twintig procent duurder. Er kan bijna niet iets in de reële economie gebeurd zijn om dit te verklaren. Het is bijvoorbeeld niet zo dat de genoemde huizen ineens allemaal twintig procent groter zijn geworden. De stijging valt compleet samen met uitbreidingen van steunpakketten van de ECB.

In 2014 werd het opkoopprogramma van de ECB aangekondigd. Het ging om het redden van de euro, tegen elke prijs, aldus Mario Draghi destijds. Door politiek wanbeleid had vooral Italië veel te veel schulden. De rente op de tweedehands markt voor staatpapier steeg naar zeven procent, waardoor Rome tegen een toekomst met een jaarlijkse rentelast van 140 miljard euro aankeek. Dan zou het snel Griekenland achterna gegaan zijn en was de euro niet houdbaar. Oneindige liefde voor Europa en de muntunie houdt in dat het bij elkaar houden van een wankele munt, belangrijker is dan het wel en wee van de mensen die met die munt betalen. Het bij elkaar houden ‘tegen elke prijs’ is daarom een prijs die inwoners in de lidstaten betalen, Draghi en zijn opvolger Lagarde drinken er zelf geen glas Champagne minder om.

Die politieke wens zien we terug in de rentegrafiek. De rode lijn is de ‘deposit rate facility’. Dat is de rente die particuliere banken betalen als ze overtollig spaargeld bij de ECB stallen. Door die negatief te maken, zullen ze eerder geneigd riskante investeringen te doen en zo de economie te stimuleren. We hebben sinds de kredietcrisis dus een centrale bank die particuliere banken doelbewust aanstuurt om dingen te doen waar ze anders te bang voor zouden zijn, bijzonder. Het neveneffect is dat het politiek instabiele Italië weer kan lenen, zonder politieke hervormingen uit te voeren als de onmogelijk lage pensioenleeftijd te verhogen. Nederland betaalt wel. Een ander neveneffect is dat particuliere banken die kosten doorberekenen aan de spaarklanten, waardoor de spaarrente negatief is.

Tot de kredietcrisis kende de rode lijn een duidelijke correlatie met de blauwe lijn, de inflatie volgens het CBS. Als de economie oververhit is, kan de ECB afremmen door de rente te verhogen. Zo blijft de inflatie binnen acceptabele bandbreedtes. De gele lijn is vervolgens het verschil tussen rente en inflatie. Deze geeft aan wat het echte rendement is op risicovrij spaargeld. Stel dat de rente een procent bedraagt, dan zouden we dat als de beloning op sparen mogen zien. Echter, als er intussen drie procent inflatie is, dan is de reële rente op die spaarrekening niet een procent positief, maar eigenlijk twee procent negatief. De gele lijn is dus gelijk aan de rente min die dan geldende inflatie.

Eigenlijk laat deze grafiek zien dat de Westerse wereld nooit uit de kredietcrisis is gekomen. Sinds de val van Lehman Brothers is de rente permanent tijdelijk laag. Voor 2008 was de ECB ook veel actiever. De momenten waarop de rode lijn verspringt, is er een rentebesluit genomen. Soms reageerde de ECB binnen een maand op een oud rentebesluit met een nieuwe, als de inflatie toch echt vervelend begon te worden voor inwoners van de eurozone. In maart 2016 is de rente naar -0,4 procent gegaan, in 2019 werd deze nog eens minuscuul lager. Eigenlijk is er zes jaar lang geen rentebesluit geweest. Dat laat maar zien dat er al die tijd niet wordt gereageerd op inflatie. De rente moet laag blijven, zodat politiek instabiele landen en failliete banken goedkoop kunnen blijven lenen. Zo wordt een volgende kredietcrisis voor ons uitgeschoven, de ‘kick the can down the road’ methode.

In verband met de Coronacrisis is er een forse monetaire impuls geweest. De pandemie bracht een recessie, omdat bedrijven gedwongen gesloten werden. Toen die weer open mochten, zo vanaf vorige zomer, trad er een voorspelbaar effect op. De economische activiteit nam de oude omvang aan, maar er was veel meer geld bijgedrukt. Dat zorgt natuurlijk voor inflatie. De ECB had toen al vijf jaar geen rentebesluit meer genomen. Zou deze nu dan toch in actie komen?

Nee dus. De inflatie schoot omhoog naar zeven procent. De oorlog van Poetin zal het ongetwijfeld erger hebben gemaakt, maar als we in bovenstaande grafiek inzoomen op de Coronaperiode dan blijkt dat het complexer is dan ‘de schuld van Poetin’. De stijging van de inflatie is al in de zomer van 2021 ingezet. Dat werd kennelijk acceptabel geacht. De ECB en en het politieke waterhoofd van de EU accepteren inflatie als een middel om de boel bij elkaar te houden. Als de ECB het bijvoorbeeld echt van plan was de koopkracht voor Nederlanders te bewaken, dan was er in november al op de rem getrapt.

Als de ECB wegens de wel erg hoge inflatie dat nu dan toch maar wel doet, dan is dat een doekje voor het bloeden. De rente en de inflatie zijn zo ver uit elkaar gelopen, dat een verhoging van een halve of een hele punt het verschil niet gaat maken. Deze kloof wordt duidelijk gemaakt door de gele lijn, die diep negatief wordt. De rente en de inflatie groeien ver uit elkaar en nogmaals, dat is een politiek geaccepteerd verschijnsel. Bij een echt stevige renteverhoging zouden landen als Italië meteen in de problemen komen en dat mag ook weer niet gebeuren.  

Een meerderheid van de kiezers stemde op partijen die diep eurofiel zijn. Nu moeten de Nederlandse burgers daar de rekening voor betalen, ook degenen die geen fan van dit monetaire experiment zijn. Ook dat is democratie. De inflatie blijft en het leven wordt fors duurder, waardoor miljoenen Nederlanders in de problemen komen. Dat moet dan maar als een acceptabel offer worden gezien. Italië kan immers nog steeds goedkoop lenen.

Wilt u mijn werk mogelijk maken en gezellig meeborrelen? Kijk op BackMe.org.